Dossiers >> Angsten overwinnen
Iemand met een paniekstoornis heeft onverwachte aanvallen van angst, waarna er vervolgens weer angst is voor nieuwe paniekaanvallen. Deze aanvallen komen vaak samen met agorafobie voor. Agorafobie wordt ook wel pleinvrees genoemd. Iemand met agorafobie heeft angst om een vertrouwde omgeving te verlaten en durft niet in een openbare ruimte te zijn.
Een paniekstoornis kenmerkt zich door hartkloppingen, overmatig transpireren, controle verlies, duizeligheid, trillen en hyperventilatie.
Mensen met paniekstoornissen raken vaak geïsoleerd en kunnen in een depressie terecht komen. Ze zonderen zich af van de buitenwereld, uit angst om een paniekaanval te krijgen. Alleen op pad gaan is voor hen ondenkbaar.
Een paniekstoornis kan deels erfelijk zijn, maar opvoeding en traumatische gebeurtenissen uit het verleden kunnen ook een rol spelen bij deze angststoornis.
Een therapeut kan je helpen om van je paniekstoornis af te komen. Zelf kun je al een eerste stap zetten door bijvoorbeeld alles wat je dwars zit op te schrijven. Noteer waarvoor je bang bent als je op straat loopt, wat je op dat moment voelt en hoe je daar vervolgens mee om gaat. Schrijf ook de positieve kanten op. Waar kon je voor je paniekstoornis zo van genieten wanneer je op straat liep. En noteer wat je moet doen als je angstig wordt.
Probeer ook met iemand die je vertrouwt een stukje te gaan lopen. Praat met elkaar onderweg. Na een paar keer probeer je hetzelfde stukje alleen te lopen. Probeer elke keer tijdens het lopen aan leuke dingen te denken of bel iemand even op als je het benauwd krijgt. Dit zorgt voor afleiding, waardoor de angst even niet de overhand heeft.