Hypochondrie: angst voor een ernstige ziekte

dokter

Hypochondrie is een angststoornis. Mensen met hypochondrie, oftewel ziektevrees, zijn bang dat ze een ernstige ziekte hebben, terwijl er medisch niets te vinden is dat daarop wijst.

Vaak voorkomende verschijnselen zoals kramp, steken of jeuk worden gezien als teken van een ernstige ziekte. Zelfs een arts kan mensen met hypochondrie niet geruststellen. De angst voor een ernstige ziekte blijft. Want misschien ziet de arts wel iets over het hoofd.

Mensen met hypochondrie zijn vaak bang dat anderen vinden dat ze zich aanstellen. Dat is gelijk ook de reden dat veel mensen niet naar de huisarts gaan of hun probleem niet aan mensen in hun naaste omgeving vertellen.

Verschijnselen
Mensen met hypochondrie letten voortdurend op hun lichaam. Op het moment dat de angst overheerst ontstaan klachten als: hartkloppingen, duizeligheid, beven, benauwdheid, hyperventilatie, misselijkheid, diarree, het gevoel niet meer te weten wie of waar je bent en het gevoel dat je de controle verliest, gek wordt of doodgaat.

Behandeling
Wanneer je denkt te lijden aan hypochondrie is het verstandig een bezoek te brengen aan de huisarts. Schaam je vooral niet. Het belangrijkste is dat je probleem wordt aangepakt. Probeer zoveel mogelijk over je angst te praten met mensen die je vertrouwt. Probeer vooral de angst niet te ‘verdoven’. Een psycholoog kan je helpen om de angst te verminderen. Door veel te praten en te oefenen kun je leren je gedachten te veranderen en je angst te verminderen.

Bron: nhg.nl

Lees 3 reacties

3 reacties

  • Melissa

    Mijn huisarts beweerde dat er sprake zou zijn van hypochondrische preoccupatie, zonder eerst een doorverwijzing te geven voor mijn maagklachten. Na een second opinion bleek dat er sprake was van een (gecompliceerde) Epstein-Barr virus (Pfeiffer) i.c.m. een Helicobacter Pylori infectie. Doordat de klachten niet tijdig werden onderzocht gedurende de ZW-periode, ik had een prima baan, geraakte ik in de WAO. De verzekeringsarts beweerde op zijn beurt dat er sprake zou zijn van psychogene klachten, ofschoon de diagnoses inmiddels bij de huisarts/internist bekend waren. Dit alles heeft 6 jaar van mijn leven gekost, medisch, psychisch, maatschappelijk en financieel. ben nu -17 jaar na dato- nog bezig om het huidige UWV aansprakelijk te stellen voor het dossier-gesjoemel. van hypochondrie kan alleen mar sprake zijn als somatische diagnostiek is UITGESLOTEN. En daarvoor dienen de heren/dames artsen, die ooit een EED hebben afgelegd, diens patiënt niet onnodig beslasten met ondeugdelijke psychologische afpoeier-diagnostiek. Het maatschappelijk leed is niet te overzien, indien de patiënt in kwestie niet ZELF op onderzoek gaat.
    Afz.: een (nog levende) ervaringsdeskundige tegen wil en dank.

  • Melissa

    http://www.amc.uva.nl/index.cfm?pid=799&&contentitemid=120&itemid=101

  • Melissa

    Pfeiffervirus roept argwaan opLeesvoor Mail Print back
    Gerelateerde afdeling(en):

    PathologieDe kwalijke rol van de Helicobacter pylori-bacil bij het ontstaan van maagkanker was al bekend. Maar bij sommige patiënten duikt een heel ander micro-organisme op: het Epstein Barr-virus. Een potentieel aanknopingspunt voor effectievere behandeling, meent onderzoeker Bas van Rees.

    Met zo’n tweeduizend nieuwe gevallen per jaar, merendeels ten gevolge van roken en alcoholgebruik, behoort maagkanker in Nederland tot de minder voorkomende kankertypen. De kans om de aandoening te overleven, is vrij klein. Dat komt omdat maagkanker gewoonlijk pas klachten oplevert als genezing er niet meer in zit. Willen we er in de toekomst tijdig bij kunnen zijn, dan is meer kennis over ontstaan en ontwikkeling een eerste vereiste.
    Nu wil het geval dat het AMC beschikt over een uniek studieobject: een ‘cohort’ van ruim 2600 maagpatiënten. Het gaat om mensen bij wie ooit een deel van de maag is verwijderd vanwege een goedaardige maagzweer. Bekend is dat de kans op maagkanker na zo’n operatie geleidelijk stijgt, tot hij uiteindelijk vier- tot vijfmaal groter is dan in de gewone populatie.
    Bij de samenstelling van het cohort, in de jaren zeventig, werd stilzwijgend aangenomen dat maagtumoren in de onderzoeksgroep en bij ‘gezonde’ mensen zich op identieke wijze zouden ontwikkelen. Het promotieonderzoek van Bas van Rees zet die veronderstelling op losse schroeven.
    Van Rees, internist in opleiding, keek in beide groepen naar de moleculaire samenstelling van maagtumoren. Zoals verwacht trof hij de Helicobacter pylori veelvuldig aan, al bleek die in de ‘maagstomptumoren’- de tumoren uit het cohort dus – zeldzamer dan in de gewone populatie. Een verrassing was echter de aanwezigheid van het Epstein Barr-virus, dat bekendheid verwierf als oorzaak van de ziekte van Pfeiffer. Van Rees ontdekte dat het EB-virus zich bij vier op de tien maagzweer-geopereerden ophoopt in de tumorcellen. Bij de niet-geopereerde groep vond hij het maar in één op de tien tumoren terug.
    Waarmee natuurlijk de vraag rijst: is het Epstein Barr-virus net als de Helicobacter een oorzaak van maagkanker? Van Rees sluit het niet uit, te meer omdat het virus ook een rol speelt bij het ontstaan van lymfekliertumoren en tumoren in het hoofd-halsgebied. Daar staat tegenover dat het bij maagkanker pas in een laat stadium op de proppen komt, zoals hij samen met onderzoekers van de Vrije Universiteit kon vaststellen. ‘In premaligne afwijkingen van het maagslijmvlies hebben we het virus niet kunnen vinden, je ziet het pas verschijnen in de eerste echte kankercellen. Maar daarmee zou het nog wel een late schakel kunnen zijn in de keten die tot de tumor leidt’.
    Wat Van Rees’ bevindingen in elk geval duidelijk maken, is dat er bij het ontstaan van maagstomptumoren andere factoren in het geding zijn dan bij gewone maagtumoren. In aanvullend onderzoek toonde hij aan dat ook de genetische achtergrond van de beide tumoren verschilt. ‘We hebben ze ten onrechte over één kam geschoren’, constateert de promovendus.
    Directe klinische consequenties heeft die bevinding niet, maar bij de behandeling van maagstomptumoren kan het Epstein Barr-virus in de toekomst van pas komen. Van Rees: ‘Omdat het virus zich in tumorweefsel concentreert, zou het in theorie doelwit kunnen zijn bij immunotherapie en gentherapie. Je kunt proberen zo’n virus te activeren en zo de tumor kapot te maken, of selectief genen in te brengen in de geïnfecteerde cellen. Maar zulke toepassingen zijn nog ver weg.’

Geef een reactie


*

HTML tags zijn niet toegestaan.