Hypermobiliteit, ook wel hyperlaxiteit genoemd, is een erfelijke aanleg. Net als dat je bijvoorbeeld blauwe of bruine ogen krijgt. Bij hypermobiliteit is er sprake van over-beweeglijke gewrichten doordat het ondersteunende weefsel, de kapsels en banden, minder stevigheid biedt dan het behoort te doen.
Bij belasting zullen de banden niet strak opspannen, zoals dat normaalgesproken gebeurt, maar mee rekken. Hierdoor kunnen de gewrichten verder bewegen dan normaal en vaak overstrekken.
Klachten
Hypermobiliteit hoeft niet in alle gewrichten voor te komen. Het komt ook geregeld voor dat het bijvoorbeeld alleen de gewrichten van de armen, benen of rug betreft. Ook heeft niet iedereen klachten. Hoe het komt dat de een er wel hinder van ondervindt en de ander niet, is nog niet bekend.
Als er klachten zijn, gaat het meestal om de volgende ongemakken:
- Frequent verzwikken van de enkels.
- Knieklachten bij bijvoorbeeld fietsen, hurken en traplopen.
- Terugkerende polsklachten.
- Stekende schouderpijn, voornamelijk bij reiken en werken boven het hoofd.
- Lage rugklachten.
Ook doen de gewrichten vaak pijn als er langdurig in één houding verbleven wordt, zoals lang staan, lang zitten, slenteren en lang liggen.
Hoe wordt het vastgesteld?
De aanleg voor hypermobiliteit wordt vastgesteld door lichamelijk onderzoek. Soms wordt er nog een bloedonderzoek gedaan om onderliggende ziektes uit te sluiten.
Doordat het geen afwijking of ziekte is, kan hypermobiliteit niet worden genezen of behandeld. Wel is het mogelijk om met behulp van een fysiotherapeut een oefenschema te maken zodat je je spiercapaciteit kunt verbeteren. Het handhaven van een goede spierconditie is belangrijk, maar intensieve krachtsport kan beter vermeden worden. Dit is weer te belastend. Ook sporten als volleybal en handbal geven meer kans op blessures.
Hulpmiddelen
Bandages kunnen de kans op klachten en blessures verminderen. Toch is het niet verstandig om een sport te beoefenen die je enkel kunt uitoefenen indien je een bandage gebruikt.
Bij chronische voetklachten kunnen steunzolen verlichting geven.
Een kleine hakverhoging kan de overstrekking van de knieën afremmen.