Sportdranken zijn in. Ze worden niet alleen gebruikt door topsporters,
maar door vrijwel iedereen die op een of andere manier met sport bezig is, en
zelfs door mensen die zelden of nooit aan sport doen. Volgens de producenten
verbeteren ze de prestaties en bevorderen ze het herstel na een inspanning.
Maar klopt dat ook? Of kan men net zo goed water of vruchtensap drinken?
Lichamelijke inspanningen gaan onvermijdelijk gepaard met vochtverlies, niet alleen doordat je
zweet, maar ook doordat er water verdampt met de lucht die je uitademt. Hoe harder
en langer je bezig bent, en hoe warmer en vochtiger de omstandigheden zijn, hoe
meer vocht je kwijtraakt. Tijdens één
uur lichaamsbeweging verliest de gemiddelde persoon ongeveer één liter vocht. In warme, vochtige
omstandigheden kan dat het dubbele bedragen.
Waarom drinken?
Vochttekort zorgt er voor dat de
spieren minder functioneren waardoor o.m. krampen kunnen optreden. Als het
vocht niet snel aangevuld wordt, kan het tot dehydratie (uitdroging) leiden.
Dat vermindert niet alleen het prestatievermogen, maar schaadt ook uw
gezondheid.
Daarom is het belangrijk om zowel voor, tijdens als na een
inspanning voldoende te drinken om het vochtverlies te compenseren. Hoe meer u
zweet, hoe meer vocht u moet aanvullen.
• Bij activiteiten met een tijdsduur van minder dan een half
uur is het gevaar dat u uitgedroogd raakt klein, zodat tussendoor drinken
minder belangrijk is. Niettemin moet je ervoor te zorgen dat je met voldoende
vocht in uw lichaam begint en na afloop genoeg drinkt.
• Bij langere inspanningen moet je proberen om zoveel te
drinken als je zonder problemen aankunt: streef naar tussen 125 en 250 ml per kwartier. Een
dergelijk vast drinkschema leer je best aan op training, begin er niet mee
tijdens een wedstrijd.
• Hoe groter het volume van het vocht in je maag, des te
sneller de maag geleegd wordt in de darm en des te sneller het verloren vocht
in je lichaam dus wordt vervangen. Dat is de reden waarom je het best al vroeg
tijdens uw lichaamsbeweging zoveel mogelijk moet proberen te drinken en daarna geregeld
vocht moet blijven opnemen.
• Het is beter op
geregelde tijdstippen grote hoeveelheden te drinken, dan voortdurend
kleine hoeveelheden. De hoeveelheid drank die ingenomen wordt, bepaalt namelijk
ook de snelheid waarmee de maag geledigd wordt en waarmee het vocht dus via de
darmwand in het bloed terecht komt : hoe meer men drinkt (tot 700 ml), hoe
sneller de maaglediging gebeurt. De hoeveelheid die vlot verdragen wordt
varieert van 300 ml tot 600 ml, maar uiteraard zal iedereen voor zichzelf tijdens
de training moeten uitmaken wat de ideale hoeveelheid is. Boven 700 ml treden
er vaker maag- en darmklachten op.
• Matig koude dranken (10°C tot 15°C) genieten de voorkeur omdat ze sneller de
maag verlaten en dus ook sneller worden opgenomen. Bovendien hebben zij een
warmteregulerend effect: een koude drank warmt op in het maagdarmkanaal,
waardoor het lichaam warmte kan afgeven. IJskoude dranken (minder dan 10°C) en erg warme dranken
(meer dan 50°C)
verlaten veel trager de maag. Tenslotte smaken koude dranken doorgaans beter,
zodat men er spontaan meer van kan drinken.
• Wacht niet tot je dorst krijgt, aangezien dat betekent dat je
al uitgedroogd bent. Dorst is geen goede graadmeter voor het gehalte aan
lichaamsvocht. Je urine vormt een betere graadmeter: ze zou waterig en
bleekkleurig moeten zijn. Ziet uw urine er geel en 'dik' uit, dan kunt u
uitgedroogd zijn. Ook frequent plassen wijst op een goede hydratie.
Waarom een sportdrank?
Voor de gewone amateursporter vormt water de enige echt noodzakelijke
drank bij elke inspanning. Voor sporters met een intensief trainingsschema
kunnen speciale sportdranken wel aangewezen zijn. Gewoon water heeft namelijk
het nadeel dat het dorstgevoel snel verdwijnt, waardoor men spontaan minder zal
drinken, en dat de urineproductie wordt gestimuleerd, waardoor men bijkomend
vocht verliest. Ook voor de amateursporter die langer dan één uur intensief sport, kan een speciale
rehydraterende sportdrank (of dorstlesser) aangewezen zijn. Deze bevatten (een
beperkte hoeveelheid) koolhydraten, zodat de glycogeenreserves van het lichaam
gespaard worden en de bloedglucosespiegel op peil blijft. Dit is belangrijk
(vooral voor inspanningen die langer dan één uur duren) omdat glycogeen en
glucose de belangrijkste
energieleverancier is. En tekort aan koolhydraten heeft onvermijdelijk
een negatieve weerslag op de prestaties. Ze bevatten ook mineralen
(elektrolyten) zoals Natrium (Na+), Kalium (K+), Magnesium (Mg2+) en Chloor,
waardoor het vocht sneller in het bloed opgenomen wordt dan bij gewoon water,
en het bloedvolume beter gehandhaafd blijft. Vooral dat laatste is belangrijk
bij langdurige inspanningen die gepaard gaan met veel vochtverlies. Andere
substanties worden vaak toegevoegd, maar dat is grotendeels om de smaak van de
drank of de houdbaarheid te verbeteren (bv. citroenzuur).
Als algemene
richtlijn kan worden gegeven:
• Tot een duurinspanning van 1/2 - 1 uur is geen speciaal
drankregime nodig. In veel gevallen kan volstaan worden met water.
• Als de duurinspanning langer duurt, verdienen sportdranken
de voorkeur.
• Drink zo'n 1/4-1/2 uur voor aanvang van de duurinspanning
zo'n 250-500 ml.
De ideale sportdrank die in alle omstandigheden aan alle eisen voldoet
bestaat niet. Bovendien zijn er persoonsgebonden verschillen en verschillende
omstandigheden waarin men sport, zodat de concrete aanbeveling van persoon tot
persoon en van tijdstip tot tijdstip kan verschillen.
Sportdranken worden vaak in twee categorieën ingedeeld: dorstlessers of rehydraterende
dranken en energiedranken. Wanneer een drank 40 tot 80 gram koolhydraten per
liter bevat, wordt het een dorstlesser genoemd. Onderzoek heeft aangetoond dat
een drank die 60 tot 80 gram
koolhydraten per liter bevat in veel gevallen ideaal is voor de aanvoer van
zowel vocht als energie. Een energiedrank bevat tussen 80-200 gram koolhydraten. Het
nadeel van een energiedrank is dat deze de maaglediging kan remmen en daardoor
de vochtopname kan remmen. Energiedranken zijn daarom alleen geschikt in
situaties met minimaal vochtverlies (bv. koud weer) maar waar vooral een
bijkomende aanvoer van koolhydraten nodig is.
Hypotoon, Isotoon, hypertoon
Een belangrijke factor bij de keuze van een sportdrank is de
osmolaliteit of de osmotische druk. Dit duidt op het aantal deeltjes in een
drank. Een hoge osmolaliteit betekent dat er veel deeltjes in zitten. Osmose is
het verschijnsel dat water beweegt tussen de binnenzijde en buitenzijde van de
celwand. Het water beweegt van het deel met minder opgeloste stoffen naar het
deel met meer opgeloste stoffen. De osmotische druk van een drank bepaalt in
welke richting de vloeistof zich door een celmembraan heen (bijv. de darmwand)
verplaatst. Drinkt men iets met een relatief grote osmotische druk, dan stroomt
er water vanuit de bloedbaan en darmwandcellen naar de darmen. Bij een drank
met een relatief lage osmotische druk is de richting omgekeerd: nu wordt er
water (het drankje) uit de darmen opgenomen in de darmwandcellen en bloedbaan.
Op dit verschijnsel is het verschil in sportdrankjes
hoofdzakelijk gebaseerd. De hoeveelheid opgeloste stoffen in sportdrank (zouten
en suikers) wordt aangegeven met de termen hypotoon, hypertoon en isotoon.
1.Een hypotone drank
heeft een relatief lage osmotische druk, wat betekent dat hij per 100 ml minder
deeltjes (suikers en elektrolyten) bezit dan de eigen vochten van het lichaam.
Doordat de drank meer verdund is, wordt hij sneller opgenomen dan water.
Gemiddeld bevat een hypotone drank minder dan 4 g suiker per 100 ml.
2. Een isotone drank
heeft dezelfde osmotische druk als het lichaamsvocht, wat betekent dat hij
ongeveer hetzelfde aantal deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat per 100 ml
en daardoor even snel of sneller wordt opgenomen dan water. De meeste
commerciële isotone dranken bevatten tussen 4 en 8 g suiker per 100 ml. In
principe vormen isotone dranken het ideale compromis tussen het weer aanvullen
van vocht en energie. Of u een hypotone dan wel isotone drank kiest, is tot op
grote hoogte een kwestie van persoonlijke smaak. Sommigen vinden een isotone
drank te geconcentreerd of krijgen er buikpijn van.
3. Een hypertone
drank heeft een grotere osmotische druk dan het lichaamsvocht, aangezien
hij per 100 ml meer deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat, dat wil zeggen, geconcentreerder is. Daardoor wordt
hij langzamer opgenomen dan gewoon water. Een hypertone drank bevat doorgaans
meer dan 8g suikers per 100 ml.
De osmolaliteit van een drank kan een effect hebben op de
maaglediging. Een hypertone drank zal langer in de maag blijven en daardoor
minder vocht toevoeren dan een isotone of hypotone drank. Dranken met een hele
hoge osmolaliteit moeten daarom vermeden worden, zeker in warme
weersomstandigheden. Bovendien verhogen ze het risico op maag- en darmklachten.
Om die reden is vruchtensap geen goede
sportdrank omdat de osmolaliteit veel te hoog ligt. Bovendien kan de
aanwezige fructose voor darmklachten zorgen. Indien je toch vruchtensap drinkt,
moet je het verdunnen met gewoon water.
Soorten koolhydraten
De meest voorkomende koolhydraten in sportdranken zijn glucose, fructose
(vruchtensuiker) en maltodextrines. Een aantal dranken bevatten zetmeel (bv.
Isostar Long Energy) of sucrose (bv. Gatorade).
Maltodextrines en
glucose zijn de beste energiebronnen en deze moeten het hoofdbestanddeel
van de koolhydraten vormen.
Glucose (en saccharose) hebben het nadeel dat ze heel zoet
zijn en een hoge osmolariteit hebben. Een oplossing van meer dan 5,5% glucose
wordt hypertoon.
Maltodextrine is een goede koolhydraatbron omdat het minder
effect heeft op de osmolaliteit dan glucose en omdat het bijna geen smaak
heeft. Zeker voor hoge concentraties koolhydraten verdienen maltodextrines de
voorkeur.
Fructose heeft een zoete, fruitige smaak, maar heeft als
nadeel dat het maag-darm problemen veroorzaakt wanneer het in grotere
hoeveelheden wordt geconsumeerd. Daarnaast wordt fructose ook minder snel
geoxideerd in het lichaam. Een kleine hoeveelheid fructose wordt vaak
toegevoegd voor de smaak.
Natrium
Natrium is een essentieel bestanddeel van een sportdrank. Het verbetert
de wateropname omdat natrium en koolhydraten samen geabsorbeerd worden in de
darmen. Voor de absorptie van elke
molecule glucose is een molecule natrium nodig. Wanneer glucose en
natrium over de darmwand worden getransporteerd gaat dit gepaard met een
beweging van water in dezelfde richting (osmose). Natrium en glucose trekken
als het ware water met zich mee.
Ten tweede stimuleert
natrium het dorstgevoel en zet daardoor tot drinken.
Ook zorgt natrium er voor dat vocht beter wordt vastgehouden
in het lichaam en niet verloren gaat via urine. Als men alleen water drinkt
tijdens inspanning dan zou dit de natriumconcentratie in het bloed doen dalen,
met als gevolg een toename van de urineproductie en dus ook een toename van
vochtverlies.
Onderzoek heeft aangetoond dat de natriumverliezen tijdens
inspanning tussen de 400 en 1100 mg per liter zweet bedragen. De inname van
natrium zou daarom tussen de 400 en 1100 mg moeten liggen. Teveel natrium kan
de maaglediging vertragen door een toename van de osmolaliteit.
Idealiter zou een sportdrank ongeveer 2,4 g NaCl (keukenzout) per
liter moeten bevatten. Verdunde oplossingen van vruchtensappen of softdrinks
voldoen niet aan die eis. Ook de commerciële sportdranken bevatten meestal
minder NaCl.
Andere elektrolyten
De andere elektrolyten (o.a. Calcium, Kalium, Magnesium en Chloor) zijn
minder belangrijk dan natrium. Bovendien verhogen ze de osmolaliteit met
mogelijke maagdarmproblemen tot gevolg.
Tenzij in extreme omstandigheden is het verlies aan
elektrolyten tijdens inspanning zo miniem, dat ze gerust na de inspanning
kunnen aangevuld worden. Alleszins mag de hoeveelheid elektrolyten in een
sportdrank niet hoger liggen dan wat normaal verloren gaat. Zo is bijvoorbeeld
de aangeraden hoeveelheid kalium in sportdranken is 121- 225 mg per liter. Er
zijn sportdranken op de markt die meer dan 5 keer zoveel kalium bevatten.
Vitaminen
Vitaminen hebben geen enkele functie in een sportdrank. Een
vitaminetekort ontstaat niet binnen een tijdsspanne van enkele uren en een
extra vitamineopname tijdens een inspanning heeft geen enkele invloed op het
prestatievermogen. Bovendien verhogen vitamines de osmolaliteit van de drank,
en hebben dus een negatieve invloed op de maaglediging.
Zuurtegraad
Vaak wordt citroenzuur of andere organische zuren toegevoegd
om de smaak te verbeteren en de houdbaarheid te verhogen.
Een verhoogde zuurtegraad remt echter de maaglediging en kan
maag-darmproblemen veroorzaken. Bovendien is een hoge zuurtegraad schadelijk
voor het gebit.
De ideale dorstlesser tijdens
sportbeoefening
• smaakt goed