Merendeel Nederlanders zegt eigen gezondheid is goed tot zeer goed

0
590

Ruim 80 procent van de Nederlandse bevolking beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot zeer goed. Een minderheid (19,5 procent) beoordeelt de eigen gezondheidstoestand als minder goed tot slecht.


Ruim 80 procent van de Nederlandse bevolking beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot zeer goed. Een minderheid (19,5 procent) beoordeelt de eigen gezondheidstoestand als minder goed tot slecht. Dit blijkt uit de meest recente uitkomsten van de CBS.

Vooral Limburgers (23 procent) en inwoners van Flevoland (21 procent) voelen zich minder gezond. Van de Drenten voelt slechts 18 procent zich minder gezond. Dat is het laagste aandeel van alle provincies. Limburgers zijn in die laatste groep oververtegenwoordigd.

De twee provincies die er negatief uitspringen voor wat betreft het gezondheidsgevoel laten ook een hoger huisartsbezoek zien. In Limburg en Flevoland gaan naar verhouding meer mensen naar de huisarts dan in de andere provincies. Heeft gemiddeld genomen bijna 73 procent van de bevolking minstens één keer per jaar contact met de huisarts, in Limburg en Flevoland is dit aandeel met 76 procent het hoogst. In Noord-Nederland is dit cijfer lager met als uitschieter de Friezen, die relatief weinig de huisarts bezoeken (68 procent).

Het feit dat veel mensen aangeven dat ze zich gezond voelen wil niet zeggen dat ze ook daadwerkelijk gezond leven. Mensen zijn vaak te positief over hun eigen gezondheidsgedrag. Zij denken dat ze gezond eten, voldoende bewegen
en matig drinken, terwijl dat vaak niet het geval is. Ook blijkt dat veel Nederlanders eigenlijk te weinig bewegen. Zij nemen het niet zo nauw met het advies om minimaal vijf dagen per week minstens dertig minuten matig intensief
bewegen. Ze denken bijvoorbeeld dat ze genoeg bewegen omdat ze zichzelf vergelijken met mensen die nog minder bewegen. Pas wanneer deze mensen zich bewust zijn van hun risicogedrag, zullen zij erover denken om hun gedrag te
veranderen, aldus Hoogleraar gezondheidspsychologie Lilian Lechner.