Zelfvertrouwen geeft realistisch zelfbeeld

zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen geeft je een positief en realistisch beeld van jezelf en de situaties die je meemaakt. Mensen met zelfvertrouwen vertrouwen op hun eigen kunnen, hebben controle over hun leven en geloven dat zij tot op zekere hoogte kunnen doen wat zij willen.

Het betekent echter niet dat ze alles kunnen. Mensen met zelfvertrouwen hebben realistische verwachtingen. Zelfs als ze aan sommige verwachtingen niet kunnen voldoen, blijven ze positief en accepteren ze hoe ze zijn.

Weinig zelfvertrouwen

Mensen die weinig zelfvertrouwen hebben, hechten veel meer waarde aan de mening van anderen. Alleen zo kunnen ze zich goed voelen over zichzelf. Omdat ze bang zijn om te falen, durven ze geen risico’s te nemen. Ook halen ze zichzelf vaak naar beneden en durven geen complimenten aan te nemen. Toch is zelfvertrouwen geen algemeen aspect van iemands leven. Vaak heb je op bepaalde vlakken meer zelfvertrouwen en op andere vlakken ben je meer onzeker.

Hoe wordt zelfvertrouwen ontwikkeld?

Er zijn verschillende factoren die een rol spelen bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen. Tijdens de jeugd is de houding van de ouders van groot belang. Als ouders hun kinderen acceptatie bieden, zullen zij zich goed over zichzelf voelen en zo hun zelfvertrouwen ontwikkelen. Als de ouders te kritisch zijn of hun kinderen niet steunen in hun onafhankelijkheid, zullen kinderen zich minder zelfverzekerd voelen.

Vaak is het ontbreken van zelfvertrouwen geen gebrek aan vermogen om het te kunnen, maar het hebben van onrealistische verwachtingen. De invloed van ouders speelt hierbij een rol, maar ook de acceptatie en invloed van vrienden is belangrijk, vooral tijdens de studiejaren.

Veronderstellingen die het zelfvertrouwen beïnvloeden

Naast de invloeden van buitenaf, ontwikkelen mensen in hun hoofd veronderstellingen die hun zelfvertrouwen kunnen beïnvloeden. Vaak denk je dat je altijd alles goed moet doen of van mensen die belangrijk voor je zijn goedkeuring moet krijgen. Dit geeft vaak een te perfectionistisch en niet realistisch beeld. Ook denken mensen dat ervaringen uit het verleden je leven blijven beïnvloeden. Toch kies je er zelf voor wat je beïnvloedt en hoe je dit in de toekomst gaat gebruiken.

Door deze veronderstellingen ben je kwetsbaar voor negatieve denkpatronen. Zo ga je vaak denken dat het alles of niet is, alles somber inzien of het negatieve vergroten. Hierdoor ga je niet meer naar de positieve dingen kijken. Vaak ga je denken dat wat je voelt ook de waarheid is, hang je overal te snel een label aan en vind je het lastig om complimenten te accepteren.

Strategieën

Om deze patronen te kunnen doorbreken, kun je de volgende strategieën toepassen:

– Benadruk je krachten: focus op wat je wel kan en beloon jezelf als je iets geprobeerd hebt – Neem risico’s: zie nieuwe ervaringen als leermomenten. Het geeft je nieuwe mogelijkheden en helpt je om jezelf te accepteren en te groeien – Praat met jezelf: gebruik dit om verkeerde veronderstellingen om te zetten in meer realistische veronderstellingen.  Houd jezelf voor dat niet alles perfect hoeft te gaan – Zelfevaluatie: kijk naar jezelf en ga niet enkel van de mening van anderen uit. Bepaal ook zelf hoe je je over je werk en je leven voelt